De Overijsselse Merentocht moet er maar eens komen
Geplaatst op: 13 november 2015
Foto Henk Kuik
Twintig jaar lang vergadert het bestuur elke maand over de Overijsselse Merentocht. Ze hebben zo langzamerhand een draaiboek om u tegen te zeggen en achtduizend schaatsers betalen jaarlijks inschrijfgeld. Eén probleem: de Overijsselse Merentocht is nog nooit verreden. “En ja, dat is knap frustrerend…”, zegt voorzitter Roelof Groen woensdagavond in het Zwartsluis Actueel Sportcafé.\
De voormalig wielerprof uit Giethoorn heeft veel ervaring in de schaatssport. Zo kwam hij ook in het bestuur van de Overijsselse Merentocht terecht en sinds vijf jaar hanteert hij de voorzittershamer. Hij geeft leiding aan een indrukwekkende organisatie met onder meer twaalf bestuursleden, twee pr-functionarissen, een commissie die alleen met de start- en finish bezig is en tientallen vrijwilligers die op die ene dag paraat moeten staan. “De Elfstedentocht is vele malen groter dan ons, maar qua organisatie zijn we vergelijkbaar”, zegt Groen.
Die organisatie is sinds 1996 opgetuigd, nadat een idee voor een Overijsselse tegenhanger van de Elfstedentocht al ontstond toen kind van de regio Evert van Benthem tot twee keer toe de Friese monstertocht op zijn naam schreef. Bijna was het meteen raak. “In 1997 stond de Elfstedentocht op het programma en waren wij er ook heel dicht bij. Helaas viel toen de dooi eerder dan verwacht in. Voor mij is het desondanks altijd nog een bewijs dat het kan. Die tocht komt er gewoon. Mensen die daar anders over denken, vind ik doemdenkers.”
Het bestuur doet alles om een doorgaan realistischer te maken. De start en finish is verplaatst naar Steenwijk en vorig jaar is afgesproken dat een afstand van tweehonderd kilometer niet langer heilig is. “Bij een betrouwbaar parcours van minimaal 150 kilometer gaan we er voor. Ook kunnen we enkele lussen extra rijden als er zwakke plekken in de officiële route zijn”, aldus Groen.
Het moet er maar eens van komen binnenkort. Al was het maar voor die achtduizend mensen die al twintig jaar op de wachtlijst staan. “Daarin ligt voor mij ook de motivatie”, zegt Groen. “Het aantal mensen op de lijst loopt maar heel langzaam achteruit. Bij een winter met natuurijs trekt dat weer aan. In totaal kunnen we, afhankelijk van de weersomstandigheden, een kleine vijftienduizend schaatsers aan. Het zou fantastisch zijn als het dit jaar eens ging gebeuren.”
Als het aan Roel Huls, aanwezig tijdens het Sportcafé ligt, gaat de tocht dan trouwens ook naar Zwartsluis. “Wij hebben straks wel de lasten van het evenement, want het verkeer in Zwartsluis zal muurvast staan, maar niet de lusten. Waarom niet heen en weer over de Arembergracht? Dan is Zwartsluis het Dokkum van de Overijsselse Merentocht”, aldus Huls, die erop wijst dat twintig jaar die discussie ook al speelde. Vanwege een nooit opgehelderd akkefietje zou Zwartsluis destijds uit de route zijn gehaald.
Als de tocht doorgaat, weet Groen al precies hoe hij die gaat aankondigen, antwoordde hij op een vraag van Koos Kisjes. De voorzitter toverde een brede lach tevoorschijn: “Maar dat is een diep geheim. Alleen mijn vrouw weet wat ik ga zeggen.”
Groen vertelde ook over zijn eigen wielerloopbaan. Hij was knecht in goede ploegen en mocht zelfs het shirt van het grote Franse Peugeot dragen. “Maar dat was maar voor één week. Ik zat een tijd zonder ploeg en Peugeot had te weinig renners voor de Ronde van Nederland. Toen vroegen ze of ik wilde meedoen. Een prachtige ervaring”, aldus Groen, die in dezelfde ronde ook ooit eens door Zwartsluis reed. “De aankomst was die dag in Steenwijk en ik zat in de kopgroep van vijf. Dat vergeet je ook nooit weer.”
Groen reed onder meer de Ronde van Spanje en alle grote klassiekers. Maar ook bij kleinere wedstrijden stond hij aan de start. Opnieuw herinnert hij zich Zwartsluis. “Volgens mij was er ooit een soort ronde van de Zwartewatersteden. Tijdens de ronde in Zwartsluis was er een premie beloofd. Wij reden allemaal als gekken, maar later bleek dat het bij wijze van spreken om een zak snoep ging.”




